Minister Asscher bijt nog steeds niet door de zure appel heen

24 april, 2016
Recent zijn in diverse nieuwsberichten met veel bombarie aanpassingen in de WWZ aangekondigd. Het bericht in de media betreft het voornemen van het kabinet, in overleg met de sociale partners, om enkele wijzigingen door te voeren in de WWZ. Het gaat dan om met name de volgende wijzigingen.
Dick Schreuder

Ketenbepaling

Ten eerste is er het voornemen om de ketenbepaling in verband met seizoensarbeid aan te passen, zodat de keten na drie maanden en één dag weer verbroken is. Dit is dus eigenlijk weer terug in de tijd en dus naar de oude ketenregeling, met dien verstande dat de wijziging alleen ziet op functies waarin werkzaamheden worden uitgevoerd die als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden seizoensgebonden zijn én gedurende hooguit negen maanden per jaar kunnen worden verricht.

De crux hierbij is dat enkel CAO-partijen dit kunnen aanwijzen in een CAO. Maar als CAO-partijen dat afspreken, dan zijn zij, in tegenstelling tot nu het geval is, niet langer meer afhankelijk van de in de wet opgenomen mogelijkheid om bij ministeriële regeling af te wijken van de ketenregeling. Zij kunnen dan dus zelf bepalen voor welke functies zij afwijken van de ketenregeling en hier zo nodig ook aanvullende voorwaarden voor afspreken. Kort en goed, voor deze wijziging zijn werkgevers dus afhankelijk van de CAO-partijen.

Collectieve afspraken

Ten tweede wil het kabinet CAO-partijen meer ruimte geven om, in geval van bedrijfseconomisch ontslag, collectieve afspraken te maken die in de plaats komen van de transitievergoeding. Nu gebeurt dat weinig, omdat de in dat kader te maken collectieve afspraken gelijkwaardig moeten zijn aan de transitievergoeding die een individuele werknemer anders zou ontvangen. In deze wijziging laat het kabinet dat punt los, zodat CAO-partijen beter in staat zijn om nadere afspraken te maken. Om te voorkomen dat er misbruik wordt gemaakt kunnen deze afspraken alleen door CAO-partijen worden gemaakt.

Compensatie

Ten derde is het kabinet van plan om werkgevers te compenseren voor het betalen van een transitievergoeding na twee jaar van arbeidsongeschiktheid. De verplichting om een transitievergoeding te betalen aan een werknemer die al twee jaar ziek is geweest (en al die tijd ook betaald is door de werkgever), is voor veel werkgevers in de praktijk een reden om het dienstverband dan maar “slapend” te laten doorlopen. Het kabinet vindt dit ongewenst en heeft als voornemen om de werkgever via het Algemeen Werkloosheidsfonds te compenseren. De kosten van die compensatie zouden dan uit een verhoging van de uniforme premie bestreden dienen te worden. Ofwel: de kosten worden dan over alle werkgevers omgeslagen. Het kabinet geeft met dit voornemen ook direct aan dat er voor werkgevers alsdan geen aanleiding meer bestaat om na afloop van twee jaar loondoorbetaling bij ziekte een slapend dienstverband te laten voortduren. Mogelijk wordt dit voornemen nog met terugwerkende kracht ingevoerd.

Zure appels

Kort samengevat komt het kabinet met deze drie wijzigingen op enkele punten tegemoet aan klachten uit de praktijk, maar de echte zure appels voor werkgevers blijven nog steeds even zuur. Zo veranderen deze drie voorgenomen wijzigingen niet dat er nog steeds twee jaar loon bij ziekte betaald moet worden, dat werkgevers in totaal twaalf jaar financieel kunnen opdraaien voor een zieke werknemer, blijft nog steeds de verplichting gelden om een werknemer na twee jaar een contract voor onbepaalde tijd aan te bieden en blijft de beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd even moeilijk als die sinds 1 juli 2015 was. De praktijk zal leren of deze wijzigingen voldoende zijn, wij hebben er zo onze bedenkingen bij.

Mocht u nu zelf een arbeidsrechtelijke vraag hebben, neemt u gerust contact met ons op.