Arbeidsrechtelijke wijzigingen regeerakkoord Rutte III (2017 – 2021)

10 oktober, 2017
Huib de Kort

De realiteit is dat de arbeidsmarkt knelt voor werkgevers én werknemers. Zo spreken de VVD, het CDA, D66 en de Christen Unie in het vandaag gepresenteerde regeerakkoord. Maar met welke voorgestelde wijzigingen komt men op arbeidsrechtelijk gebied?

Op hoofdlijnen kunnen we de volgende onderwerpen gaan verwachten die ter discussie gesteld gaan worden:

 

  • Makkelijker ontslag door de introductie van een cumulatiegrond in het ontslagrecht. Op dit moment is het in het ontslagrecht alles-of-niets: als werkgever moet je ten minste één voldragen ontslaggrond hebben. Hier willen de coalitiepartijen verandering in gaan brengen, waardoor het – net als vóór de Wet werk en zekerheid – mogelijk wordt om een cocktail van ontslagredenen te maken. Als gevolg daarvan wordt het ontslaan van werknemers eenvoudiger. In ruil voor de verminderde ontslagbescherming ontvangt de werknemer een extra vergoeding ter hoogte van de helft van de transitievergoeding (bovenop de reeds bestaande transitievergoeding);

 

  • Van meet af aan recht op een transitievergoeding. De transitievergoeding wordt onmiddellijk verschuldigd, terwijl het recht op de transitievergoeding nu pas na twee jaar ontstaat. Verder bouwt de werknemer altijd, en dus ongeacht de duur van de arbeidsovereenkomst, 1/3 bruto maandsalaris per jaar op. Tot slot worden de mogelijkheden om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding verruimd;

 

  • Aan de langdurig zieke werknemer betaalde transitievergoeding wordt terugbetaald. Vorig jaar blogden wij al over het wetsvoorstel dat regelt dat werkgevers de door hen betaalde transitievergoeding in geval van een ontslag van een twee jaar zieke werknemer retour ontvangen van het UWV. Door de verkiezingen belandde dit wetsvoorstel echter op de plank, maar de nieuwe coalitie gaat hier nu weer mee aan de slag. Bewaar de dossiers van dergelijke ontslagen dus goed (ook van beëindigingen middels vaststellingsovereenkomsten), want mogelijk kunt u binnenkort geld terugkrijgen!;

 

  • Meer tijdelijke contracten. Er kunnen weer drie contracten in drie jaar worden gesloten (in plaats van twee jaar) alvorens een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat. De tussenpoos – waarna de spreekwoordelijke teller weer op nul staat – blijft wel zes maanden. Daar kan straks bij cao wel van worden afgeweken;

 

  • Aanzienlijke verruiming van de proeftijd. Indien een werkgever direct een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbiedt, kan een proeftijd van maar liefst vijf maanden worden overeengekomen. Voor arbeidsovereenkomsten voor de duur van meer dan twee jaar wordt de proeftijd verruimd naar drie maanden;

 

  • Loondoorbetaling bij ziekte voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) wordt teruggebracht naar één jaar (in plaats van twee jaar). Het opzegverbod blijft wel twee jaar van kracht. Gedurende het tweede ziektejaar zullen de re-integratieverplichtingen en de loondoorbetalingsplicht door het UWV uitgevoerd worden. Deze kosten worden dan gedekt via een uniforme lastendekkende premie voor de kleine werkgevers. Verder gaat de premiedifferentiatie in de WW en in de WGA op de schop;

 

  • Het fenomeen van payrolling wordt anders ingekleed (en feitelijk ingeperkt). Uitzending en detachering als zodanig staan niet ter discussie. Nul-urencontracten zullen ook anders worden vormgegeven, waarbij een werknemer niet, of binnen een bepaalde termijn niet, gehouden is om gehoor te geven aan een oproep. Daarnaast is het idee geopperd dat de werknemer recht heeft op loon bij afzegging;

 

  • De Wet DBA wordt vervangen. De nieuwe wet voor zzp’ers moet de opdrachtgever van echte zelfstandigen de zekerheid bieden dat geen sprake is van een dienstbetrekking. In dat kader komt er straks een (online) opdrachtgeversverklaring. Verder zal het begrip ‘gezagsverhouding’ een wettelijke formulering krijgen. Daarnaast moet de nieuwe wet bijdragen aan de voorkoming van schijnzelfstandigheid;

 

  • Ten slotte wil men een minimum uurtarief voor zzp’ers. Bovendien is ingrijpend dat een zzp’er die gedurende meer dan drie maanden tegen een laag tarief voor een opdrachtgever werkt, aanspraak kan maken op een arbeidsovereenkomst.

De plannen van de coalitiepartijen zijn op bepaalde punten vergaand te noemen en leiden daarom nu al tot de nodige discussies. Het is dus niet uitgesloten dat een deel van de ambitieuze plannen onderweg zullen sneuvelen.

Uiteraard houdt onze vakgroep Arbeidsrecht u op de hoogte van alle verdere relevante ontwikkelingen.

Dit blog is mede tot stand gekomen i.s.m. Gite Bright – van der Sluis.