Het aantal gescheiden ouders met een co-ouderschapsregeling neemt toe. Steeds vaker kiezen ouders ervoor om na de scheiding de zorg- en opvoedingstaken min of meer gelijk te verdelen.
Misverstand over co-ouderschap
Als één van de ouders een co-ouderschapsregeling wil dan doet deze vaak een beroep op artikel 1:247 lid 4 BW. In dit artikel staat vermeld dat een kind na scheiding het recht heeft op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Ouders denken vaak dat er, op basis van dit artikel een recht op co-ouderschap bestaat. Dat is een misverstand. Ten eerste wordt gesproken over het recht van het kind en niet over een recht van ouders. Ten tweede betekent een gelijkwaardige verzorging en opvoeding niet per definitie dat de kinderen evenveel tijd bij beide ouders zijn, aldus de Hoge Raad. Een kind heeft behoefte aan zoveel mogelijk continuïteit in de verzorging en opvoeding en de zorgverdeling ten tijde van de samenleving blijft dan ook een belangrijke factor bij de vaststelling van de zorgregeling na scheiding. Probeer in ieder geval altijd het belang van het kind voorop te stellen en bekijk welke zorgregeling het beste bij hen past!
Consequenties co-ouderschap
Als ouders kiezen voor co-ouderschap, dan is het belangrijk dat zij zich bewust zijn van de consequenties. Allereerst is het van belang dat ouders duidelijke afspraken met elkaar maken en deze vastleggen in het ouderschapsplan. Goede communicatie is vervolgens onontbeerlijk om de gemaakte afspraken ook daadwerkelijk na te komen.
Ook de woonsituatie van de ouders moet worden afgestemd. Als de kinderen wisselend bij de ene of andere ouder verblijven dienen de woningen niet te ver van elkaar af te liggen. In verband met school, vriendjes en sportactiviteiten is dat namelijk niet praktisch. Het is ook mogelijk dat de kinderen in hetzelfde huis blijven wonen en dat de ouders elkaar afwisselen. Dit laatste komt echter minder vaak voor
Ouders moeten zich ook realiseren dat ook bij co-ouderschap een recht op kinderalimentatie kan bestaan. Het uitgangspunt is dat elke ouder naar rato van zijn draagkracht bijdraagt aan de kosten van de kinderen. Bij het vaststellen van de hoogte van de kinderalimentatie wordt uiteraard wel rekening gehouden met de verblijfskosten bij de alimentatiebetaler, in de vorm van zorgkorting. Ook wordt wel gekozen voor een zogenaamde kinderrekening. Beide ouders storten daar een bijdrage op, waarvan alle kosten van worden betaald die niet rechtstreeks met het verblijf te maken hebben.
Tot slot dienen de ouders rekening te houden met de toeslagen en tegemoetkomingen die de ouders ontvangen bij co-ouderschap. Zo wordt de kinderbijslag in principe uitgekeerd aan de ouder waar het kind woont. Bij co-ouderschap woont het kind echter bij beide ouders. De Sociale Verzekeringsbank (die de kinderbijslag uitkeert) kan de kinderbijslag dan tussen beide ouders verdelen.
Voor het kindgebonden budget, dat wordt uitbetaald door de belastingdienst, geldt echter dat deze alleen kan worden betaald aan de ouder die de kinderbijslag heeft aangevraagd. Als je meer kinderen hebt is het dus raadzaam om de kinderen te verdelen, oftewel bij iedere ouder worden één of meer kinderen ingeschreven en zij vragen ieder ook kinderbijslag aan. Beide ouders hebben dan recht op kindgebonden budget, uiteraard voor zover de inkomens- en vermogensgrenzen niet worden overschreden.
Heeft u vragen over het vorenstaande of over andere zaken? Neemt u dan gerust contact met ons op.

