De VAR verdwijnt

5 februari, 2016
Mariëlle Wirken

De Eerste Kamer heeft 2 februari 2016 gestemd voor de afschaffing van de verklaring arbeidsrelatie (VAR) per 1 mei 2016, met een overgangsfase van één jaar.

Sluis

Wat is een VAR?

Met een VAR kunnen zzp’ers aantonen dat zij op papier als zelfstandig ondernemer moeten worden aangemerkt, terwijl zij in de praktijk eigenlijk als werknemer kwalificeren. Dit zijn zogenaamde “schijnzelfstandigen”. Nederland zou op dit moment zo’n 800.000 schijnzelfstandigen kennen.

De wetgever heeft deze schijnconstructies willen tegengaan. Daarom is de nieuwe Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) ontwikkelt. Dit wetsvoorstel is door de Eerste Kamer aangenomen. De Wet DBA zou zowel voor de opdrachtnemer (zzp’er) en voor de opdrachtgever duidelijkheid verschaffen over de kwalificatie en de fiscale gevolgen.

Nieuwe situatie

Er kan vanaf 1 mei 2016 op voorhand zekerheid over de fiscale status van een overeenkomst verkregen worden van de Belastingdienst door gebruik te maken van:

1. modelovereenkomsten van de Belastingdienst;

2. “ruling” van de Belastingdienst, waarbij de Belastingdienst een oordeel geeft over een eigen voorgelegde overeenkomst.

Van belang is dat beide varianten geen vrijwaring meer opleveren voor de opdrachtgever, zoals onder het VAR-systematiek wel het geval was. Met een VAR in de hand hoefde een opdrachtgever immers geen loonheffing en premies af te dragen en was de opdrachtgever in beginsel gevrijwaard voor naheffingen. Dit wordt dus anders. De Belastingdienst kan onder de Wet DBA handhavend optreden – ondanks het feit dat er een modelovereenkomst is gebruikt dan wel goedkeuring van de Belastingdienst is verkregen – indien uit de feitelijke uitvoering van de overeenkomst van opdracht blijkt dat er toch sprake is van een dienstbetrekking. Er zal dan een naheffingsaanslag worden opgelegd door de Belastingdienst.

Er geldt een implementatietermijn tot 1 mei 2017. Volgens de wetgever kan een opdrachtgever deze tijd gebruiken om eventueel hun werkwijze aan te passen. Tot het einde van de implementatieperiode zal de Belastingdienst geen repressieve handhavingsmaatregelen nemen (behoudens gevallen van overduidelijke fraude).

Tot slot

Al met al is de feitelijke uitvoering van de overeenkomst van opdracht doorslaggevend. Het advies aan ondernemers die met zzp’ers c.q. opdrachtnemers werken is dan ook om de bestaande overeenkomsten van opdracht, maar vooral de feitelijke uitvoering die aan die overeenkomsten wordt gegeven, nauwgezet onder de loep te nemen.

Heeft u nog specifieke vragen over het werken met opdrachtnemers? Vraag het ons Legal Team.