Een ongeval met een elektrische fiets: hoe zit het met de aansprakelijkheid?

8 juni, 2018

Elektrische fietsen worden steeds populairdere vervoersmiddelen. Met de trapondersteuning kunt u genieten van een ontspannende fietstocht, zonder al te veel inspanningen te moeten verrichten. Keerzijde van de elektrische fiets is echter dat er steeds vaker ongelukken mee gebeuren, hetgeen ook het CBS onlangs in nieuwe cijfers heeft bevestigd.

“Gewone” fietsers worden als kwetsbare verkeersdeelnemers gezien, waardoor de wetgever hen bij een verkeersongeval extra heeft willen beschermen. Maar hoe zit het eigenlijk met de aansprakelijkheid bij ongevallen met een elektrische fiets?

Elektrische fietsen zijn er in verschillende soorten en maten. Ten aanzien van de aansprakelijkheid is het van belang onderscheid te maken tussen de verschillende typen fietsen. Bij een “gewone” elektrische fiets trap je zelf mee. Daarbij stopt de trapondersteuning als je een snelheid van 25 kilometer per uur hebt bereikt. Daarnaast heb je de snellere varianten, zoals de high speed e-bike of de speed pedelec. Bij deze fietsen werkt de trapondersteuning tot maximaal 45 kilometer per uur of hoef je überhaupt niet meer zelf te trappen.

Waarom is dit onderscheid van belang? Dit heeft te maken met de vraag of sprake is van een zwakke of een sterke verkeersdeelnemer, hetgeen weer relevant is voor de mate van aansprakelijkheid. Bij zwakke verkeersdeelnemers moet u denken aan voetgangers of de “gewone” fietser. Bij sterke verkeersdeelnemers wordt gedoeld op auto’s, bussen, motoren, etc.

De elektrische fiets met trapondersteuning tot 25 kilometer per uur wordt gezien als “gewone” fiets en niet als motorvoertuig. Dit betekent dat in deze gevallen de fietser als zwakke verkeersdeelnemer wordt beschouwd en ten opzichte van gemotoriseerde voertuigen extra bescherming geniet. Immers,  in deze gevallen krijg je – als je ouder bent dan 14 jaar – altijd minimaal 50% van de schade vergoed. Dit geldt in beginsel ook in de gevallen dat de schuld geheel aan de fietser te wijten is. De overige 50% wordt overigens wel bepaald aan de hand van de over en weer gemaakte fouten. Indien de fietser een kind onder de 14 jaar betreft, moet zelfs altijd 100% van de schade worden vergoed.

Bestuurders van snellere varianten van de elektrische fiets, zoals de speed pedelec, worden niet gezien als zwakke verkeersdeelnemer, maar juist als sterke verkeersdeelnemer. In deze gevallen word je dan ook niet extra beschermd. Komt de speed pedelec in botsing met een auto en is dit volledig zijn schuld? Dan zal de speed pedelec volledig zijn eigen schade moeten dragen. Dit is dus een belangrijk verschil met de hier boven geschetste situatie.

In beide gevallen geldt overigens dat de aansprakelijkheid anders kan worden ingekleed als sprake is van overmacht zijdens de automobilist. Dit wordt echter maar zelden aangenomen.

Fietsers hebben bij ongevallen dus in beginsel een streepje voor als het gaat om de mate van aansprakelijkheid. Bent u zich er evenwel van bewust dat niet iedere elektrische fiets als “gewone” fiets wordt gezien. Mocht er onverhoopt sprake zijn van een ongeval, dan komt u in ieder geval niet voor verrassingen te staan.

Hebt u een ongeval gehad of hebt u vragen omtrent het vorenstaande? Neemt u dan gerust contact op met een van onze specialisten van Buro letselschade!

Dit artikel is geschreven door mr. Lisanne Jansen, advocaat bij Buro Letselschade.