Een ergernis van velen is dat er in de stukken die worden ingediend bij de rechter in een gerechtelijke procedure vaak halve waarheden en soms zelfs hele leugens om bestwil te lezen zijn.
Dergelijke onwaarheden horen natuurlijk niet in processtukken te worden verkondigd en de wet bepaalt daarover ook wel dat partijen verplicht zijn de feiten die voor de beslissing van de rechter van belang zijn volledig en naar waarheid aan te voeren. Het punt is echter dat de straf op dergelijk ‘liegen’ niet heel duidelijk is. Ingeval de bedoelde verplichting uit de wet niet wordt nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht, zo zegt de wet. In de praktijk is er echter in een vonnis zelden of nooit terug te lezen of de rechter vindt dat een partij heeft gejokt, laat staan dat de rechter daaraan een voor die partij nadelig gevolg verbindt. Terwijl partijen wel vaak gemotiveerd aanvoeren dat de andere partij een onjuiste voorstelling van zaken geeft en daarvoor ‘afgestraft’ zou moeten worden. Dat kan door die partij in een vonnis een recht te ontzeggen of juist een verplichting, bijvoorbeeld tot bewijs, op te leggen.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam op 13 juli jl. besliste recent eens heel duidelijk in een geval waar een partij het vermoedelijk met de waarheid niet zo nauw nam.
Expliciet overwoog de rechter dat hij vond dat een partij de waarheidsplicht uit artikel 21 wetboek van burgerlijke rechtsvordering had geschonden door te jokken of hij nu wel of niet een nieuwe onderneming was gestart in strijd met een concurrentiebeding dat overigens wel ter discussie was gesteld. En hij verbond daar het gevolg aan dat er daarom aangenomen moest worden dát die partij in strijd met dat concurrentiebeding had gehandeld en daarvoor aangesproken kon worden. Bravo.
Hopelijk zullen meer rechters dit goede voorbeeld volgen en vaker partijen op de vingers tikken als er onwaarheden in processtukken of bijlagen daarvan worden verkondigd. Dat zal de leesbaarheid en omvang van processtukken en de rechtsgang alleen maar ten goede komen!
