Bestuurders veroordeeld tot schadevergoeding (ca. € 650.000) na creëren van betalingsonmacht

8 februari, 2017
Mariëlle Wirken

Bestuurders zijn persoonlijk aansprakelijk vanwege het creëren van een situatie van betalingsonmacht. Bij de beoordeling heeft de bestaande handelsrelatie van een kwart eeuw een belangrijke rol gespeeld. Maar blindelings vertrouwen op bekende handelsrelaties kan echter ook een prijskaartje hebben, zoals u in dit blog kunt lezen.

Casus

Douane-expediteur Eurotransit heeft de afgelopen 25 jaar opdrachten verricht voor het Lensveld-concern. Onder meer heeft Eurotransit begin 2005 in opdracht van Ahlers (onderdeel van het Lensveld-concern) de aangifte verzorgd ten behoeve van dertien uit China afkomstige zendingen knoflook. Deze knoflook werd geïmporteerd ten behoeve van een klant van Ahlers. De douane heeft echter bij een controle, medio juni 2005, laten weten aan Eurotransit dat telkens een te laag bedrag is aangeslagen voor de heffing van invoerrechten. Hierdoor is, na diverse procedures, een naheffing van ruim 1,3 miljoen euro opgelegd. Eurotransit diende als douane-expediteur dit bedrag te voldoen.

Eurotransit heeft op haar beurt Ahlers aangesproken. Ahlers bood echter geen verhaal. Eurotransit heeft vervolgens de twee bestuurders van Ahlers aansprakelijk gesteld voor haar schade. De rechtbank te Rotterdam kwam op 11 januari 2017 tot de conclusie dat de bestuurders van Ahlers aansprakelijk zijn, maar niet voor alle schade:

  • Enerzijds hebben de bestuurders van Ahlers zich volgens de rechtbank de belangen van Eurotransit, met wie zij al decennialang zaken deden, onvoldoende aangetrokken. De bestuurders van Ahlers hebben de douane-opdrachten aan Eurotransit vergeven, terwijl Ahlers geen verhaal bood. De bestuurders hadden daarom moeten beseffen dat Eurotransit aan financiële risico’s werd blootgesteld. Zeker omdat Eurotransit na de eerste zending navraag had gedaan of de zendingen gedroogde of verse knoflook bevatten. Volgens de rechtbank hadden de bestuurders van Ahlers aanvullende zekerheden moeten bedingen. Hetgeen zij hebben nagelaten. Wel werd Eurotransit voor de vervolgzendingen wederom ingeschakeld. In de periode na de controle van de douane (juni 2005) hebben de bestuurders vervolgens de activiteiten van Ahlers gestaakt en de activa van Ahlers verkocht. Daarmee hebben zij feitelijk voor Eurotransit een nagenoeg lege huls achtergelaten. Al met al zijn de bestuurders van Ahlers hoofdelijk en persoonlijk aansprakelijk. Hen valt ‘een persoonlijk ernstig verwijt’ te maken omdat zij hebben gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer (hier meer in het bijzonder het handelsverkeer) betaamt. Volgens de rechtbank is door de bestuurders van Ahlers van meet af aan een situatie van betalingsonmacht gecreëerd.
  • Anderzijds overwoog de rechtbank dat Eurotransit de geleden schade mede aan zichzelf te wijten had, nu zij zelf ook had moeten begrijpen dat zij een aanzienlijk financieel risico liep. Eurotransit had geen zekerheden bedongen: niet voorafgaand, maar ook niet nadat Eurotransit signalen had ontvangen dat de zendingen geen droge knoflook bevatten. De rechtbank achtte het daarom redelijk dat Eurotransit vijftig procent (50%) van haar schade zelf diende te dragen (een bedrag van € 664.381,15).

Kortom: de langdurige handelsrelatie heeft een belangrijke rol gespeeld bij de beoordeling of de bestuurders van Ahlers persoonlijk aansprakelijk zijn. Eurotransit mocht tot op zekere hoogte vertrouwen op haar zakelijke relatie met de Lensveld. Eurotransit diende echter zelf ook alert te zijn op de identiteit en de financiële positie van een (nieuwe) wederpartij. Blind vertrouwen op de relatie met een bekend concern en/of met bekende bestuurders pakt dus niet altijd goed uit.

Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog, neemt u gerust contact op met ons Legal Team.