Huurbeëindiging in faillissement

16 januari, 2015
Mark van Raak

De Hoge Raad schept duidelijkheid: ook de huurprijs ten aanzien van roerende zaken is vanaf de dag der faillietverklaring een boedelschuld.

Door Mark van Raak

raakWanneer een huurder failliet wordt verklaard, kan zowel de curator als de verhuurder de huur tussentijds doen eindigen, waarbij een opzegtermijn van drie maanden in elk geval voldoende is.

In een faillissementssituatie kan een huurovereenkomst dus binnen vrij korte termijn worden beëindigd. Door deze uitzondering, die expliciet in art. 39 Faillissementswet is opgenomen, kan een verhuurder aanzienlijk worden benadeeld. Zou zijn huurder namelijk niet failliet zijn gegaan, dan zou de huurovereenkomst immers mogelijk nog lange(re) tijd hebben voortgeduurd.

Om de verhuurder te compenseren voor de (mogelijke) benadeling als voormeld, heeft de wetgever, eveneens in art. 39 Faillissementswet, bepaald dat de huurprijs vanaf de dag der faillietverklaring een boedelschuld is. Oftewel, vanaf het moment dat de huurder failliet wordt verklaard, zijn de vanaf dan verschuldigde huurpenningen kosten die de curator bij voorrang dient te voldoen. Voor een verhuurder is dit gunstig aangezien de praktijk uitwijst dat in veel voorkomende gevallen geen uitkering volgt aan concurrente schuldeisers. Ten aanzien van de huurpenningen vanaf de dag der faillietverklaring kruipt de verhuurder zogezegd dus voor  – overigens is de verhuurder ten aanzien van de huurpenningen vóór datum faillissement wel een concurrente schuldeiser.

Dat het in art. 39 Faillissementswet bepaalde geldt ten aanzien van huurovereenkomsten ter zake onroerende zaken, heeft altijd wel vastgestaan. Ten aanzien van huurovereenkomsten betreffende roerende zaken was dit echter anders: voorheen werd er veelal vanuit gegaan dat de betreffende regels niet voor deze overeenkomsten gelden, doch zekerheid bestond er niet.

Bij arrest van 9 januari 2015 heeft de Hoge Raad een einde gemaakt aan de toen nog bestaande onduidelijkheid. De Hoge Raad heeft namelijk beslist dat er onvoldoende grond is om, in afwijking van de tekst en ratio van art. 39 Faillissementswet, in dit verband onderscheid te maken tussen de huur van onroerende zaken en die van roerende zaken.

Vanaf 9 januari 2015 is het dus zeker dat de curator en de verhuurder, wanneer de huurder failliet is verklaard, ook huurovereenkomsten betreffende roerende zaken tussentijds kunnen doen eindigen. Net als bij huurovereenkomsten ter zake onroerende zaken, worden in een dergelijk geval de huurpenningen vanaf de dag van de faillietverklaring aangemerkt als boedelschuld.

Heeft u vragen? Ons Legal Team staat voor u klaar.