Welke prijs is verschuldigd voor het werk?
Aanneming van werk is – kort gezegd – een overeenkomst waarbij een aannemer en een opdrachtgever afspreken dat de aannemer een bouwwerk zal oprichten, wijzigen of verbouwen, of een werk van andere aard zal verrichten, tegen een door de opdrachtgever te betalen prijs in geld.
De opdrachtgever is dus verplicht een prijs voor het werk te voldoen. De wet eist niet dat het bedrag van deze prijs al bij het sluiten van de overeenkomst wordt bepaald. Wanneer bij het sluiten van de overeenkomst geen (vaste) prijs is overeengekomen, zal op grond van de omstandigheden uitgemaakt moeten worden welke prijs betaald moet worden.
Vaak zal vooraf een ‘vaste’ prijs afgesproken worden. Maar dat is zeker niet altijd het geval. Soms wordt alleen een richtprijs bepaald, of wordt er afgesproken dat de prijs achteraf bepaald zal worden. Dit laatste is het geval bij een zogenoemde ‘regieovereenkomst’. Een regieovereenkomst wordt bijvoorbeeld gesloten wanneer vooraf niet goed kan worden ingeschat welke werkzaamheden verricht moeten worden en wat de kosten, zoals arbeidsloon en materiaalkosten, daarvan zijn. Aan de hand van een specificatie achteraf kan dan de prijs bepaald worden.
Indien een richtprijs is afgesproken, geldt die richtprijs in beginsel als uitgangspunt en biedt dit de opdrachtgever een redelijke bescherming tegen prijsopdrijving. De wet bepaalt namelijk dat een richtprijs met niet meer dan 10% overschreden mag worden.
Verder bepaalt de wet dat de opdrachtgever een redelijke prijs verschuldigd is indien de prijs bij het sluiten van de overeenkomst niet is bepaald of slechts een richtprijs is bepaald. Bij het bepalen wat een redelijke prijs is, wordt rekening gehouden met de prijzen die de aannemer gewoonlijk bedingt bij het sluiten van een overeenkomst en met de verwachtingen die door hem zijn gewekt over de vermoedelijke prijs. Dit vergt wel wat werk voor de aannemer, omdat hij zal moeten onderbouwen welke prijzen gewoonlijk bedongen worden en welke prijzen (in de branche) gangbaar zijn. Eventueel gegeven prijsindicaties zullen ook bij de prijsbepaling betrokken worden.
In de praktijk zien wij dat er veel discussie mogelijk is over de prijs van een werk. Het komt dan vaak aan op bewijs. Indien een duidelijke prijsafspraak ontbreekt, dan zal de aannemer moeten stellen dat aan hem opdracht is verstrekt om het werk tot stand te brengen, dat dit werk is opgeleverd, door de opdrachtgever is aanvaard en dat hem daarom een redelijke prijs toekomt. Als een van deze stellingen betwist wordt, zal de aannemer ook bewijs daarvan moeten leveren. Slaagt de aannemer daarin, dan is de opdrachtgever in elk geval een redelijke prijs verschuldigd. Als de opdrachtgever vindt dat een vaste prijs geldt of richtprijs is bepaald, zal de opdrachtgever dat moeten bewijzen.
Hoe kan een discussie over de prijs voorkomen worden?
Tips:
- Spreek vooraf een vaste prijs af. Weliswaar kan ook een vaste prijs nog wel tot discussie leiden, maar deze prijs zal meestal wel als uitgangspunt genomen worden.
- Als geen vaste prijs bepaald kan worden, spreek dan een richtprijs af. Een richtprijs kan slechts met maximaal 10% overschreden worden en zo wordt het risico dus beperkt.
- Kan geen vaste prijs of richtprijs bepaald worden, sluit dan een regieovereenkomst. In dat geval zal de prijs achteraf aan de hand van een specificatie bepaald worden.
- Is om welke reden dan ook niets over de prijs afgesproken, bedenk dan dat aanspraak gemaakt kan worden op een redelijke prijs.
Voor vragen neemt u gerust contact op met een van onze bouwrechtsspecialisten.
Dit is de eerste publicatie in de reeks ‘Verstand van bouwrechtzaken’. Met regelmaat zullen wij nieuwe artikelen op het rechtsgebied bouwrecht publiceren op social media.

