Verstand van verhuurderszaken Nº14 | Deel II

12 februari, 2020

Woonruimte en een vast bedrag aan servicekosten: niet voor de poes

In mijn vorige blog heb ik geschreven dat er een verschil van inzicht bestaat over de vraag of je als verhuurder zelf de hoogte van een vast bedrag aan servicekosten mag vaststellen. Volgens de ene opvatting volgt uit de wet dat indien partijen in een geliberaliseerde huurovereenkomst een bedrag voor servicekosten zijn overeengekomen, dat bedrag redelijk moet zijn (opvatting 1). Je bent dan dus niet volledig vrij in het maken van afspraken. Volgens de andere opvatting bestaat contractsvrijheid over de (hoogte van de) servicekosten (opvatting 2).

Het advies aan de Hoge Raad is dat opvatting 1 moet worden gevolgd. De Hoge Raad heeft nog geen besluit genomen. Áls het advies wordt gevolgd, dan heeft dit grote gevolgen voor de verhuurderspraktijk.

Immers, dan ben als je verhuurder van geliberaliseerde woonruimte dus niet volledig vrij om de hoogte van het vaste bedrag aan servicekosten te bepalen. Het zou in dat geval namelijk moeten gaan om een redelijk bedrag. Of iets redelijk is, kan dan getoetst worden door de rechter.

In de regel zal dan gelden dat tussen de door de huurder verschuldigde servicekosten en de werkelijke kosten van de verhuurder voor die service een redelijk verband zal dienen te bestaan. Het is dan goed mogelijk dat de originele facturen van de kosten boven tafel moeten komen en door de rechter worden getoetst. Als die facturen er niet zijn, kan een schatting van de gemiddelde kosten die een verhuurder moet maken voor het aanbieden van die geleverde zaken en diensten worden gemaakt. Ik sluit niet uit dat dan wordt aangeknoopt bij de regelgeving die bestaat voor niet-geliberaliseerde huur (sociale woonruimte).

Zijn de in rekening gebrachte kosten onderaan de streep dan véél hoger? Dan bestaat een risico op terugbetaling van het verschil tussen de overeengekomen kosten en de redelijke kosten. Dat kan mogelijk tot enkele jaren terug. Afhankelijk van wat is afgesproken, kan dit om hoge bedragen gaan waar een huurder aanspraak op kan maken. Zolang nog geen uitspraak is gedaan door de Hoge Raad, is het niet duidelijk welke opvatting moet worden gevolgd.

TIP:

Houd voor nu in ieder geval de boekhouding zo goed mogelijk op orde en bewaar de originele facturen van de servicekosten! Zo ben je er zeker van dat, in het geval de Hoge Raad het advies volgt, de redelijke kosten niet op een lager bedrag worden vastgesteld dan de daadwerkelijke kosten.