Werkgevers dienen te voldoen aan de zogenaamde herplaatsingsplicht alvorens een medewerker te kunnen ontslaan. Een werkgever werd recentelijk op de vingers getikt en moest de betreffende medewerker een billijke vergoeding van € 15.000 bruto betalen. Werkgever had zich namelijk onvoldoende ingespannen een andere (passende) functie te zoeken voor deze medewerker.
De rechtbank Noord-Holland oordeelde in die uitspraak het volgende. De arbeidsovereenkomst van een medewerker was met toestemming van het UWV opgezegd vanwege bedrijfseconomische omstandigheden (werkvermindering). De medewerker was het daar niet mee eens en verzocht de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te herstellen. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan wenste de werknemer een billijke vergoeding te ontvangen. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsplaats terecht is opgeheven. De kantonrechter valt echter over de herplaatsingsinspanningen die door de werkgever zijn geleverd, althans het gebrek daaraan.
Herplaatsingsverplichting?
In z’n algemeenheid geldt dat een werkgever bij een ontslag – ook ingeval het UWV of de kantonrechter zich daarover buigen – dient te onderzoeken of de met ontslag bedreigde werknemer niet herplaatst kan worden. Concreet dient te worden onderzocht of de werknemer al dan niet met behulp van scholing in een passende functie kan worden herplaatst. Dit kan, afhankelijk van alle omstandigheden, dus ook een hogere of lagere functie zijn. De verplichting om een passende functie te zoeken, geldt in beginsel zelfs concernbreed.
Ernstig verwijtbaar?
In deze uitspraak heeft de werkgever aangegeven dat er geen passende functies zijn. De werknemer denkt daar anders over. Interessant is dat de kantonrechter overweegt dat de werkgever de werknemer dient te betrekken bij het onderzoek naar passende functies. Er dient dus overleg plaats te vinden tussen werkgever en werknemer om de herplaatsingsplicht na te komen. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld nu de herplaatsingsverplichting niet is nagekomen. De werkgever dient een billijke vergoeding van € 15.000 bruto te betalen aan de werknemer nu in strijd met de wet is opgezegd.
In de praktijk…
.. komt er steeds meer aandacht voor de herplaatsingsplicht. Werkgevers en werknemers dienen zich dan ook bewust(er) te zijn van deze verplichting. Vooral nu blijkens deze uitspraak het niet nakomen ervan ernstig verwijtbaar handelen kan opleveren en daarmee direct de weg open ligt voor toekenning van een – hoge? – billijke vergoeding voor de medewerker.
Ik meen dat de soep echter niet zo heeft gegeten dient te worden als dat deze wordt opgediend. De wetgever heeft immers uitdrukkelijk kenbaar gemaakt dat de herplaatsingsverplichting geen resultaatsverplichting is, maar slechts een inspanningsverplichting. Het niet afdoende voldoen aan de herplaatsingsverplichting levert in mijn optiek dan ook niet per definitie ernstig verwijtbaar handelen op. De werkgever zal wel moeten kunnen aantonen dat zij bepaalde inspanningen heeft verricht.
Wilt u hier meer van weten? Neemt u dan gerust contact op met één van de arbeidsrechtspecialisten van ons Legal Team.
